NAP IV

Inclusiecriteria

Omschrijving studie

Inclusiegetallen

Start / Stop

Onderzoekers

- HIV-1-positieve kinderen

- CD4+ cellen:
<1 jaar: <1750 cellen/mm3
1-2 jaar: <1000 cellen/mm3
3-6 jaar: <750 cellen/mm3
>6 jaar: <500 cellen/mm3

- ³5.000 HIV RNA kopieën/mL

- geen eerdere behandeling met 3TC, AZT/ddI-combinatie en proteaseremmers

Deze tweede vervolgstudie van NAP I heeft tot doel de behandeling van HIV-1-geïnfecteerde kinderen te vereenvoudigen waardoor het medicatieschema beter in het dagelijks leven is in te passen en de kans op een goede therapietrouw wordt geoptimaliseerd.
Kinderen die niet eerder behandeld zijn met HAART zullen 2dd indinavir/ritonavir plus 2 NRTI's krijgen in plaats van 3dd zoals in NAP I. Tot mei 2002 werd indinavir/ritonavir gegeven als proteaseremmer. Daarna is er geswitcht naar lopinavir/ritonavir i.v.m. toxiciteit en gebruiksgemak.
De klinische follow-up, virologische respons, immunologische respons en farmacokinetiek van indinavir/ritonavir en later lopinavir/ritonavir, 3TC en AZT worden bestudeerd.

Totaal geïncludeerd: 29 kinderen (Sophia Kzh. (25), UMC St. Radboud Nijmegen (4))

Start: 20 januari 2002

Stop: nog niet bekend

Principal Investigator: Prof. dr. Ronald de Groot, kinderarts (SKZ Rotterdam)

Sub-Investigator & Project Manager: Gwenda Verweel, arts (SKZ Rotterdam)

Research Verpleegkundigen & Verpleegkundig Consulenten: per centrum